Op Geestmerambacht loopt een man rond die ik de parkjutter noem.
Hij heeft een fiets met tassen. Geen racefiets. Geen elektrische fiets. Een fiets die eruitziet alsof hij al meerdere levens heeft geleid.
Ik zie hem regelmatig. Hij heeft nooit haast.

Vandaag stond hij aan de rand van het water gebogen over iets wat ik vanaf De Van Morrison niet kon onderscheiden. Zoals het moet zijn, denk ik dan. Een parkjutter hoort niet volledig begrepen te worden.
Strandjutters hebben de zee.
Parkjutters moeten het doen met wat mensen vergeten zijn.
Een los handschoentje. Een leeg blikje. Een touwtje waarvan niemand meer weet waar het ooit aan vastzat.
Misschien verzamelt hij helemaal niets.
Misschien inspecteert hij slechts de wereld.
Dat is tenslotte ook een vorm van verzamelen.
Bram keek één keer op, stelde vast dat de man geen eten bij zich had en hervatte zijn belangrijkste taak van de dag: het onderzoeken van een grasspriet die mogelijk betrokken was bij internationale spionage.
De parkjutter werkte onverstoorbaar verder.
Ik vond dat geruststellend.
Er zijn mensen die de wereld proberen te veranderen.

En er zijn mensen die bukken om te kijken wat er ligt.
Ik weet niet waarom, maar de laatste categorie vertrouw ik meestal meer.
Plaats een reactie