Vandaag wandelde ik verder dan normaal.
Voor de zekerheid had ik een wandelmeditatie-app gedownload.
De wandeling zou zwaar worden, en ik hoopte dat de app me een beetje van de pijn weg kon houden.
Een vriendelijke stem begon meteen uit te leggen hoe ik moest ademen.
Daarna vertelde ze hoe ik mijn voeten kon voelen.
Even later legde ze uit hoe ik aandachtig naar de vogels kon luisteren.
Maar ik luisterde niet naar de vogels.
Ik luisterde naar haar.
Ook Bram raakte op de achtergrond.
Hij was er nog steeds, maar ik had het te druk met aanwijzingen krijgen over aanwezigheid.
Later hoorde ik een boeddhistische leraar uitleggen dat er een oefening bestaat die hij removing noemt.
Als je telefoon je wakker houdt, leg hem ergens anders.
Als een situatie steeds hetzelfde probleem veroorzaakt, verander de situatie.
Toen moest ik lachen.
Want halverwege mijn wandeling had ik precies dat gedaan.
Ik had de meditatie verwijderd.
Daarna deden de vogels het weer prima zonder begeleiding.
Bram hervatte zijn onderzoek naar een grasspriet die blijkbaar belangrijk nieuws bevatte.
Mijn knie deed nog steeds pijn.
Mijn rug ook.
Maar de wandeling was terug.

Misschien is dat het verschil tussen een app en een hond.
Een app probeert je ergens heen te brengen.
Een hond brengt je terug.
Plaats een reactie