Bram loopt voor me uit, alsof hij nergens weet van heeft.
Zijn neus laag bij de grond, zijn wereld overzichtelijk: geur, spoor, wind.

Ik volg, stap voor stap, de rollator zacht piepend als een oude gedachte die zich niet laat wegdrukken.
Langs het pad staan bomen.
Gewoon bomen.
Stil, aanwezig, zonder haast.

Ik blijf even staan.
Kijk omhoog.
Het licht valt door het blad alsof er niets aan de hand is.
En precies daar wringt het.

Wat zijn dit voor tijden, denk ik,
waarin kijken naar bomen bijna voelt als verraad,
alsof ik, door hier te staan, door te ademen,
door dit groen toe te laten,
iets anders níet aankijk.
Alsof de stilte van deze plek
een deken is over alles wat schreeuwt,
ver weg en toch dichtbij.

Bram kijkt om.
Zijn blik zegt niets en alles tegelijk.
Ik zet weer een stap.

Misschien is dit het:
dat zelfs hier, tussen hond, rollator en bomen,
de wereld niet ophoudt,
maar gewoon met me meeloopt.

Alles wandelt mee.

Plaats een reactie