Bram loopt voor me uit, alsof hij het bankje al heeft bedacht voordat ik wist dat ik erheen wilde.
De zon ligt zacht op het pad, de wind is er, maar bemoeit zich nergens mee.
We wandelen zonder doel en precies daarom komen we ergens.
Mijn moeder belt.
Haar stem draagt twee werelden tegelijk.
Een vriendin die binnenkort zelf het moment kiest om te gaan.
Een andere die niet meer mag blijven.
En daartussenin: 750 euro.
Teruggestort.
Met een zinnetje erbij dat niet klopt,
op verzoek van de klant.
Alsof de werkelijkheid zich soms vergist in wie hier eigenlijk iets vraagt.
Ze is blij.
En een beetje verontwaardigd.
Ik hoor het allebei, als twee tonen die niet botsen, maar ook niet samenvallen.
Misschien is dat hoe leven klinkt op haar leeftijd.
Of op elke leeftijd, als je goed luistert.

Bram snuffelt.
Alsof er niets aan de hand is.
Of alles.
Op de terugweg zet ik Hetebrij aan.
Ik lach hardop, onverwacht luid, alsof het lachen zelf ook even naar buiten wilde.
Een vrouw loopt langs, kijkt op, lacht terug.
We raken in gesprek, zomaar, zonder reden.
Alsof mijn lach een deur was die even openstond.
Voor het huis staat de buurman.
Ik vraag of hij vanavond thuis is.
Hij knikt.
Gisteren stond hij nog mijn camper te wassen; hoogtes waar ik niet meer kom.
Ik heb biertjes voor hem besteld.
Speciaal.
Niet als betaling.
Meer als een gebaar dat zegt: ik zie je.
Bram wacht al bij de deur.
Alsof hij weet: dit was het.
En ergens, zonder dat ik het besluit, valt alles samen.
Verdriet, geld, vergissing, lach, zon, buurman, bier.
Alles wandelt mee.
Plaats een reactie