Vandaag kreeg ik tijdens het wandelen opnieuw een oplossing.
Dat gebeurt vaker.
Mensen komen naar me toe met oplossingen voor problemen die ik zelf nog niet eens als probleem had gezien.
“Je moet daar wel op letten.” “Heb je hier al aan gedacht?” “Straks krijg je gedoe met…”
Het is vriendelijk bedoeld. Meestal.
Toch voelt het soms alsof iemand me een paraplu geeft terwijl ik nog niet eens had gemerkt dat er regen in de lucht zit.
Bram heeft daar geen last van.
Hij steekt zijn neus weer eens in een graspol die volgens hem dringend onderzocht moet worden.
Geen strategie. Geen risicomanagement. Geen scenarioanalyse.
Gewoon gras.
Ik blijf staan met mijn rollator. Een groot deel van het menselijk leven bestaat misschien wel uit het oplossen van denkbeeldige problemen.
We bouwen bruggen over rivieren die nog niet bestaan. We kopen sloten voor deuren die nog niet zijn gemaakt. We oefenen gesprekken die nooit zullen plaatsvinden. Soms is dat verstandig. Soms hebben we gewoon niets beters te doen.
Gisteren hoorde ik iemand vertellen over een simpel zinnetje dat hij gebruikt wanneer er iets tegenzit:
Ja. Dank je.
Trein gemist? Ja. Dank je.
Slecht nieuws? Ja. Dank je.
Een fout gemaakt? Ja. Dank je.
Dat deed me denken aan een leerkracht van jaren geleden.
Ik was toen schoolleider en bezocht haar lessen.
Ze kon werkelijk geen lesgeven.
Dat klinkt hard, maar sommige dingen zijn nu eenmaal waar.
Na afloop van ieder klassenbezoek gaf ik feedback.
“Misschien kun je de instructie iets korter maken.” “Ja, dank je.”
“De leerlingen lijken niet goed te begrijpen wat ze moeten doen.” “Ja, dank je.”
“Misschien helpt het als je eerst controleert of iedereen aandacht heeft.” “Ja, dank je.”
Een paar weken later bezocht ik opnieuw haar klas.
De les was exact hetzelfde.
Alsof mijn feedback onderweg was opgegeten door een bijzonder beleefde geit.
Op een dag vroeg ik haar waarom ze altijd antwoordde met ja, dank je.
Ze glimlachte. “Dat heb ik van mijn guru geleerd.”
Daar moest ik vandaag ineens aan denken.
Misschien bestaan er ook oplossingen die onderweg worden opgegeten door bijzonder beleefde geiten.

Bram kijkt achterom.
Dat doet hij vaker als ik te lang nadenk. Alsof hij wil zeggen:
“De wereld is groot genoeg zonder dat jij er nog iets bij verzint.”
We lopen verder.
Het gras is nog steeds gras. De lucht heeft geen paraplu nodig. En de ramp besluit vandaag opnieuw niet te verschijnen.
Plaats een reactie