Na zesenzestig jaar realiseer ik me plotseling, midden op het fietspad nota bene, dat ik ook gewoon maar wat doe.
Ik stond stil, bijna overreden door een jongen op zo’n Fatbike en dacht: ja, verdomd, dat is het.
Ik doe maar wat.
Hoe langer ik dat dacht, hoe minder het als een bekentenis klonk en hoe meer als een soort genade.
Bram liep voor me uit, zijn staart zwiepte als een metronoom.
Hij ruikt aan een grasspriet, besluit dat het de moeite niet waard is en gaat weer verder.
Geen plan, geen strategie, alleen aanwezigheid en dat werkt blijkbaar prima, want hij lijkt volkomen tevreden met zijn bestaan.
Ik dacht dat ik het beter wist, ooit.
Een plan, een richting, iets groots misschien.
Maar nu denk ik: misschien is dát het leven niet.
Misschien is het gewoon maar wat doen, een beetje snuffelen,
met aandacht, soms met liefde, soms uit gewoonte.
De wind wist het trouwens ook niet.
Hij kwam van rechts, toen van links,
en ik had het gevoel dat hij me in de maling nam.
Ik glimlachte, maar dat hielp niet veel.
Er zat iets treurigs in dat inzicht,
alsof ik een oude sjaal terugvond en dacht: ach ja, die had ik ook nog.

En toen keek Bram om.
Hij keek niet begrijpend, niet oordelend, alleen maar kijkend.
En ik wist ineens dat hij het al die tijd al wist.
Hij plastte tegen een paaltje.
De wind draaide weer.
En ik dacht: ja, dit is het wel zo’n beetje.
Geef een reactie op Rob Alberts Reactie annuleren