Vandaag belde Marcus.
Hij zat ergens in een stad die ruikt naar uitlaatgassen en avontuur.
Zijn stem klonk licht, alsof hij net iets had ontdekt
dat niet op een kaart past.

Ik stond stil met Bram aan het water.
De lucht hing vol ganzen,
trek, vertrek, herhaling.

Ik hoorde mezelf zeggen:
“Waar je ook naartoe reist, je neemt altijd jezelf mee.”

Hij lachte.
Zo’n lach waarin herkenning en afstand samen klinken.
En ik dacht: ja, misschien is dat precies reizen,
niet ontsnappen, maar verplaatsen van perspectief.
Dezelfde mens, andere horizon.

Bram snuffelde aan iets onbelangrijks
en keek toen op,
alsof hij wist dat er iets was gezegd
dat niet meer terug te nemen viel.
Toen hing ik op.

De stilte bleef nog even open,
zoals de lucht na een vertrek.

En ik dacht: misschien nemen we elkaar ook mee,
waar we ook zijn.

Alles wandelt mee.

Plaats een reactie