Op Bluesky, dat linkse aquarium waar ik soms rondjes zwem, schoof ineens Robert Pirsig mijn tijdlijn in. Verrassend! Ik denk vaak aan Pirsig als Bram hurkt. Dan sta ik daar, precies één op de twaalf keer in de regen, met een groen zakje in de hand.
Pirsig schreef over kwaliteit die voorafgaat aan iedere gedachte. Ik heb bij Bram dan te maken met iets dat duidelijk ná iedere gedachte komt.

Bram kijkt me niet eens aan. Hij doet wat zijn genetische programmering hem opdraagt, Labradoodle of niet. Ik daarentegen let op: bukken, pakken, knopen. Terwijl ik de dampende bol door het zakje voel, weet ik: dit is het tegenovergestelde van metacognitieve luiheid. Ik denk na over mijn eigen denken, terwijl ik iets optil dat niemand ooit nog wil zien. Behalve misschien een archeoloog over tweeduizend jaar, die dit zakje als bewijsstuk van onze beschaving uit de grond trekt.
En toch, misschien is dit Pirsig ten voeten uit. Je kunt de wereld in categorieën vangen, maar het echte leven schuilt in dat ene ongemakkelijke moment dat niet in een filosofisch schema past. Dat moment waarin je voelt dat kwaliteit misschien gewoon bestaat uit het opruimen van de troep van je hond, zonder gemopper, omdat de wereld dan net iets leefbaarder blijft.
Tien minuten wandelen, een hond die poept, een baasje dat nadenkt over Pirsig. Kwaliteit ligt niet op de top van de Mont Ventoux, maar in een plastic zakje op een natte stoep.
Geef een reactie op openruimte Reactie annuleren