Men zegt dat een puppy van zeven weken een volledig ontwikkeld brein heeft.
Ik geloofde er niets van.
Ikzelf was pas op mijn negenenvijftigste in staat een belastingformulier in te vullen.
En nog fout. Denk ik. Ik kreeg bakken met geld terug! Ik las verkeerd.
De eerste nacht zette ik de reisbench gewoon beneden.
De hond piepte. Vijf minuten. En sliep tot de volgende ochtend. Kwart voor zes.
Na twee dagen vonden mijn vrouw en ik de reisbench ongezellig. Vraag mij niet waarom. Bram vond een doorzon bench aangenamer. Hadden wij begrepen tijdens het gedachtenlezen.

Wij naar bed, boven. Bram in de doorzon bench, beneden.
Janken, janken, piepen, janken.
“Gewoon een kwestie van volhouden, schat.”
“Als we nu toegeven, verliezen wij de wedstrijd.”
Karin lag uren wakker, terwijl ik lag te snurken als een wolf.
‘Als ik hem wakker maak, verscheurt hij mij,’ moet ze hebben gedacht.
Op kousevoeten strompelde ze de trap af, tilde de hele bench op en strompelde naar buiten in de regen.
Daar stond ze, in pyjama, kijkend naar een beest dat haar aankeek met de blik van een jonge walvis die per ongeluk op een zandbank is beland.
Toen plaste hij. Zij zei “JA!” en voelde zich belachelijk gelukkig. Tevreden sliep ze nog een uurtje, voordat zij op de fiets vertrok naar haar werk.
Heerlijk, een hond!
Geef een reactie op openruimte Reactie annuleren