
Op straat met Bram. Een soort wandelend dweiltje met een neus die alles ruikt behalve waar hij eigenlijk hoort te zijn.
Ik stond erbij, krom als een oude boom en dacht: dit is dus de verbazing. De hond keek me aan, alsof híj mij uitliet.
En toen kwam mijn beste vriend.
Hij wilde Bram ontmoeten, zei hij. Stapte uit zijn auto alsof hij een staatsbezoek bracht.
Nog voor hij de pup had aangeraakt, zakte hij ineens door zijn knieën, alsof hij een buiging wilde maken voor de Koning der Labradoodles.
Ik schrok me rot, maar de ziekenwagen arriveerde sneller dan ik koffie had kunnen zetten.
Daar zat hij, omringd door piepjes en kabeltjes. Bram zat ernaast alsof hij de nieuwe EHBO-hond was.
De straat keek toe. Sommigen zwaaiden. Alsof een ziekenwagen gewoon bij de puppycursus hoorde.
Ik vertelde het hardop, tegen niemand, tegen de regenpijp misschien: ‘Kijk nou, dit is ons leven. Let op, wees verbaasd, en vertel het verder.’ De regenpijp zei niks terug.
Bram plaste midden op de stoep alsof hij het hele tafereel zelf had geregisseerd.
Geef een reactie op Rob Alberts Reactie annuleren