Fit blijven op vakantie.
Veel mensen nemen zich dat voor.
En zoals met veel voornemens: het begint met een overtuiging, eindigt met een broodje kroket.

Heel het jaar beweeg je drie keer per week, met een strak plan, een app die je dingen roept als “je kunt dit!”, en een sportshirt dat ruikt naar ambitie (Nogmaals en ik heb het al eerder gezegd, allemaal in theorie: Ik ‘train’ net een week).
En dan… is het juli.
Je staat op een camping met een wc-rol onder je arm en het kind van drie caravans verder op in je oor, dat huilt omdat z’n schepje in een andere provincie ligt.

Hoe blijf je dan fit? Hoe zet ik zo’n eerste week wandelen voort?
Wat lijkt handig voor wandelaars, trage mensen, overdenkers met voeten?

Natuurlijk is het handig om te weten waar je naartoe gaat.
Niet om de snelste hardlooproutes uit te stippelen, maar om te ontdekken: waar staan de bankjes? Is er een schaduwrijk pad? Hoe ver is het naar de bakker, gerekend in ademhalingen?

Gelukkig heb ik geen materiaal nodig. Hooguit mijn zwaar riekende wandelschoenen. Een stok, voor stijl en evenwicht. En mijn rollator voor als ik er echt zwierig bij wil lopen.
Vergeet mijn gewichtsvest. Ik neem een boek mee. Een wandelend mens met een boek in z’n tas is onoverwinnelijk.

Je hoeft geen tocht te maken die eindigt in een reportage van Man bijt hond.
Drie keer per dag een kort ommetje, dat redt je geest beter dan één heroïsche tocht per week waarbij je halverwege uit wanhoop een wolf probeert te bekeren tot metgezel.

Ochtendwandeling. Koffie. Middagwandeling. Brood. Avondwandeling. Whisky.
Zo simpel kan het zijn. En niemand hoeft te weten dat je onderweg drie keer bent gaan zitten.

Vakantie is een kans om iets anders te doen met je lijf.
Niet méér.
Niet beter.
Gewoon anders.

Zo speel ik jeu-de-boules met gepensioneerden die vals spelen. Wandel ik naar dorpskerkjes zonder doel. Til ik een net gevonden steen op, draag hem honderd meter, laat hem achter op een andere plek.
Dat noem ik training.
Want dat is het ook.

Mijn lijf kent deze bewegingen niet. Dus mompel ik regelmatig, zachtjes voor mij uit: “Doe rustig aan. Overschat jezelf niet. Je wilt geen blessure oplopen in een dorp waar de enige dokter pas na drieen open is.”

Stel dat ik wil wandelen én met Karin naar die brocantemarkt waar alles ruikt naar lavendel en mottenballen? Laat ik me gewoon brengen met de buscamper.
Of ik breng haar en wacht dan wel in de dorpskroeg.
Twee vliegen in één klap.

Hoewel belast met een groot ego, hoef ik niets te bewijzen. Niet aan mezelf. Niet aan m’n smartwatch. Niet aan mijn verzonnen oudere zus in lycra.

Wandelen blijft een prestatie.
Het is een verplaatsing van lichaam en geest in hetzelfde tempo.
Je hoeft niets bij te houden behalve de lucht, het pad, en je stemming.

Als het vandaag niet lukt, dan morgen misschien.
En als morgen niet lukt, dan ben je nog steeds iemand die de intentie had om te bewegen.
Dat telt ook.

De afgelopen twee dagen liep ik tweehonderd meter naar een bankje onder een boom.
Ik ging zitten.
Ik dacht: dit is wat mensen bedoelen met “in vorm blijven”.

En ik had gelijk.

2 reacties op “Fit blijven op vakantie(Of: hoe ik probeer te trainen tussen de stokbroden, zweetdruppels en de snurkende campinggasten in)”

  1. Voor mijn huis wacht 1 kuub straatzand.

    De benodigde kruiwagen en schop zijn nu ook beschikbaar.

    Om mijzelf moed in te drinken maak ik yoghurt-fruit drankjes.

    Maar jij verstoort de voorbereiding met een fles Laphroaig in beeld.

    Vriendelijke groet,

    1. Ja, ik ben een beest :-)

      Succes man en let een beetje op je rug!

      Groet, Han

Geef een reactie op Rob Alberts Reactie annuleren