Waarom ik geloof dat wandelen de enige vorm van fitness is die je volhoudt als je het warm krijgt van een boterhammetje met pindakaas, ui, kappertjes en sambal.
Ik vroeg me af of wandelen eigenlijk wel telt als bewegen.
Is wandelen wel echt sport? Is het uitdaging? Is het… nou ja… íets?
Ik denk van wel.
En ik zal drie redenen noemen.
Dacht ik.
Of eigenlijk twee, en dan nog iets.
Of misschien meer, maar goed, dat zien we straks wel.
Ten eerste: het doet in principe geen pijn.
En dat is verdacht.
Iedereen weet: als je sport, moet je kapot. No pain, no gain, zeggen ze dan met hun strakke broeken en hun waterflessen van eenkommazeven liter.
Kijk maar naar mensen die hardlopen. Wanneer heb jij voor het laatst een loper gezien met een gezicht dat niet op onweer stond?
Zelfs mijn verzonnen zus, die naar eigen zeggen “euforisch” wordt van joggen, kijkt onderweg alsof ze achtervolgd wordt door schuldeisers.
En gewichtheffen! Nog nooit iemand daarbij zien lachen. Nou ja, behalve één keer, maar die was aan het hallucineren van de eiwitshakes.
Maar wandelen? Wandelen kan plezierig zijn.
Je kunt wandelen en denken aan niks. Of aan soep. Of aan hoe je vroeger dacht dat je ouder zou worden zonder ongemak.
En soms, héél soms, glimlach je zelfs.
Punt twee is dat wandelen geen echte activiteit lijkt.
Je doet het gewoon. Altijd al gedaan ook.
Niemand zegt: “Zo, ik ga eens even professioneel wandelen!”
Hoewel, wacht, tegenwoordig zijn er dus van die wandelcoaches.
Mensen die betaald krijgen om met je mee te lopen terwijl jij vertelt dat je leven niet lekker loopt.
Dat is ironisch, maar ook ontroerend.
Maar goed, wandelen is iets wat je gewoon doet. Zoals ademhalen. Of vergeten waar je je sleutels hebt gelaten.
En dan het derde punt. Of nee, wacht.
Nee.
Ja.
Derde punt: wandelen voelt niet speciaal.
Dat is eigenlijk het hele probleem.
We willen allemaal iets doen dat speciaal voelt, zodat we tegen anderen kunnen zeggen: kijk mij nou eens!
“Ik zit op bootcamp.”
“Ik jog met zeezicht.”
“Ik ga naar de sportschool waar de apparaten Engels tegen me praten.”
Maar wandelen?
Iedereen kan het. Iedereen doet het.
Behalve natuurlijk als je het niet kunt, dan is het ineens een queeste, een heldentocht, een mirakel.
Maar daar hebben we het een volgende keer over.
Toch denk ik: wandelen is juist zó gewoon, dat het bijzonder wordt als je het bewust doet. Elke dag.
Niet voor de prestatie, maar voor de herhaling. De koppigheid.
De overgave.
En dat is eigenlijk mijn punt.
Het zit ’m in de volharding.
In elke dag opnieuw kiezen voor beweging, zelfs als de bank naar je lonkt als een geliefde met soep.
Ik begin gewoon klein. Denk groot.
Wandel tien minuten. Desnoods met tegenzin. Desnoods binnensmonds vloekend.
Ik maak er een gewoonte van.
En misschien, héél misschien, wordt het iets dat ik niet meer hoef te forceren.
Of zoals mijn achterneef Klaas-Jan Hannelore Henk altijd zei toen hij nog liep:
“Als ik niet wandel, val ik stil. En als ik stilval, vergeet ik wie ik ben.”
Gelukkig ben ik zo inconsequent als een politicus als-tie ademt (behalve dan misschien… ach, laat ook maar).
Vandaag had ik geen zin om te wandelen. En zéker niet om weer zo’n lullige tien minuten te doen.
Nu heb ik mijn zinnen gezet op het meer in Geestmerambacht (ik schreef hier al eerder over).
Als een soort van eerste einddoel, jongens.
Het ligt zo’n vierkommavier kilometer van ons huis en een beetje wandelaar loopt daar zo’n dik uur over.
Dat trek ik nog niet. Ook niet met de rollator.
Op weg naar dat meer ligt de natuurbegraafplaats.
Dat geeft te denken, niet?
Er staat een bankje, vlak na de ingang.
Dat bankje was mijn doel voor vandaag.
En ik dacht: ik doe dat in de ochtend, na de koffie, want tegen het eind van de dag is het werkelijk de goden verzoeken.
Ik moet er dan zóveel energie in gooien om de rollator op te starten…

Lang verhaal kort: in 30 minuten tijd liep ik één kilometer en vierhonderdveertig meter!
Eerlijk is eerlijk, halverwege, op de begraafplaats, moest ik aan het zuurstof.
En op de rit heen en terug stopte ik zo’n zes keer, omdat mij dat gezonder leek.

Tevreden.
Geef een reactie op openruimte Reactie annuleren