Vanochtend kreeg ik bezoek van de ANWB. Uiteraard op mijn verzoek.
Gisteren begon ik te vermoeden dat de buscamper haperde. Drie oplichtende alarmlichtjes deden dat vermoeden ontwaken. Drie stuks, jongens. En hoewel ik geen technische man ben, ben ik bescheiden genoeg om gehoor te geven aan knipperende signalen die iets willen zeggen over het mogelijk spoedig en volledig desintegreren van onze trouwe Van Morrison.

De ANWB’er bliefde geen koffie, dulde geen tegenspraak en had het binnen vijf minuten gezien.
“Geen zorgen, meneer. Uw wielsensor rechtsachter vertoont kuren. U kunt edoch veilig de weg op.”
Een prima aanmoediging. Het herinnerde mij eraan dat ik óók de weg op moest, met de benenwagen.
Gewoon weer even mijn tien minuten.
Niet door de supermarkt, al mag dat ook hoor. Ik ben de eerste niet die ooit genezen is tussen het brood en de yoghurt. Maar ik bedoel: echt wandelen. Lopen om het lopen.
Niet met een boodschappenlijst. Niet met een dweil. Niet op zoek naar de afstandsbediening.
Gewoon: schoenen aan en het asfalt op. Of gras. Of grind. Alles mag, als het maar geen roltrap is.
En jij weet best waarom.
Luister.
Er zijn zeven redenen om te gaan wandelen. Las ik ergens.
Ik had er eerst acht, toen drie, maar uiteindelijk bleven er zeven over die niet wegliepen.
Dus daar gaan we:
1. Wandelen is bewegen, en bewegen is leven.
Mijn fysio zei laatst dat zitten het nieuwe roken is.
Toen ik hem vroeg of liggen dan de dood was, keek hij me zo ernstig aan dat ik direct ben gaan wandelen.
Je verlaagt het risico op hartklachten, suikerziekte, dingen met darmen, dingen met je hoofd.
Geen garanties natuurlijk, maar als je elke dag even loopt, ziet de dood jou minder graag aankomen.
2. Het wordt een gewoonte, als je het maar vaak genoeg doet.
Dat is het probleem met gewoontes: ze ontstaan niet vanzelf.
Je moet ze bouwen, met bloed, zweet en Google Maps.
En als je een dag overslaat, dan vergeet je het. Dan denk je: morgen.
En voor je het weet is het juli 2029 en ligt je wandelstok onder de kerstspullen.
3. Het helpt tegen stress.
Je loopt. Je ademt. Je denkt niet. Of juist wel, maar de lucht maakt je gedachten vriendelijker.
Je komt terug met het gevoel dat de wereld iets minder stom is dan je vanochtend nog dacht.
Wandelen is een soort aspirine voor de ziel, zonder bijsluiter.
4. Het is leuk.
Ja, lachen hoor ik je niet doen, maar toch.
Kijk eens naar mensen die wandelen. Ze lijken niet te lijden.
Mijn zelfverzonnen zus rent met een gezicht alsof ze een belastingformulier in één adem probeert te begrijpen.
Maar als ze wandelt? Dan is ze zacht. Zachtaardig zelfs.
En ik ook. Als ik wandel, ben ik een aangenamer mens. Iemand aan wie je je planten zou durven toevertrouwen.
5. Het schept ruimte.
Niet in je kamer, maar in je hoofd.
Wandelen is langzame fitness. Geen gewichten. Geen strakke leggings. Alleen jij, de lucht en misschien een reiger.
Ik loop (in gedachten) al jaren, elke dag twintigduizend stappen (tenzij ik val, of een boek moet schrijven, of het regent en ik zielig ben).
Het geeft me lucht. Letterlijk en figuurlijk.
6. Je kunt ondertussen iets anders doen.
Luisteren naar een podcast. Bellen met je zwager.
Of naar een luisterboek van W.F. Hermans, zodat hij je onderweg drie keer afsnauwt.
Je hoeft het niet stil te houden in je hoofd, als je dat niet kunt.
Je mag multitasken, als je het maar doet zonder tegen een lantaarnpaal te lopen.
7. Het is een overwinning.
Ja, een echte. Geen lintje, geen applaus.
Maar als jij, met tegenzin, vermoeidheid, regen, of een slecht humeur, tóch je schoenen aantrekt en gaat lopen, dan heb je gewonnen.
Van jezelf. Van de dag.
En als je iets nodig hebt in dit leven, dan is het dat: kleine overwinningen die niemand je meer afpakt.
Dus: wandelschoenen. Veters. Gaan.
Niet uit plicht, maar uit koppigheid.
Zoals ik mijn koffie drink: zwart, met wat hoop erin.
Laat helder zijn: bovenstaande is voor mij louter theorie.
Ik moet momenteel alle zeilen bijzetten tijdens het wandelen.
Letten op mijn balans. Mijn ademhaling. De oneffenheden op de paden. Het tegenkomend verkeer, of het nu honden zijn, fietsers, paarden of degelijke voetgangers.
Het is hard werken.
En om zo min mogelijk volk tegen te komen, reed Karin ons naar de ANWB voor de verdwaalde ziel: het Diocesaan Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood te Heiloo.
Een bedevaartsoord in de buurtschap Kapel, in het zuiden van de gemeente. Prettige plek om te vertoeven. Je kunt er heerlijk wandelen. En om de dertig centimeter staat een bankje (misschien overdrijf ik). Op een heuvel staat een geneeskrachtige waterput, de Runxputte. En ik was toe aan een heilzame teug.

De ANWB en Onze Lieve Vrouwe ter Nood, ze komen allebei als je belt. De een stuurt een busje, de ander stilte.
Maar goed, toen moest ik nog aan de slag.
De vorige drie wandelingen hadden er flink ingehakt.
En ik had eigenlijk geen zin om weer als een dronken fladderaar met mijn Nordic Walking-stokken te staan zwaaien.
Dus ik laadde mijn rollator in onze bolide.
Onderweg voelde dat een beetje als valsspelen.
Dus ik nam me voor om dan in ieder geval die tien minuten uit te melken.
Ik zou wel zien hoever ik kwam.
876 meter in negentien minuten en dertig seconden, jongens!
Ik besloot meteen dat dit voorlopig het recept bleef:
een paar dagen fladderen met de stokken,
en dan een dag (of twee) de tijd melken met de rollator.
Geef een reactie op Rob Alberts Reactie annuleren