De bel ging.
Ik schrok er niet eens van, wat op zich al verdacht is, want meestal schrik ik van alles.
Misschien wen je eraan. Misschien word je gewoon ouder.
De hond stond stil.
Of ik stond stil, dat weet ik nooit precies.
Hij keek naar iets wat ik niet zag. Dat heeft hij vaker.
De lucht hing een beetje, zo’n dag waarop je denkt: er moet nog iets gebeuren.
Niet iets groots hoor. Gewoon een besluit.
Alsof iemand ergens wacht tot je zegt: ja of nee en dan pas verder gaat.
Vanmorgen een gesprek.
Er lag een vraag op tafel. Zo’n vraag die zich niet laat optillen.
Je kunt hem bekijken, een beetje verschuiven misschien,
maar hij blijft zwaar doen.
Wel doen.
Niet doen.
Meer smaken waren er niet.
De bel was inmiddels al lang weer stil.
Zo gaat dat met bellen. Ze laten je achter met wat er al was.
De hond liep weer door, zonder zich ook maar iets aan te trekken van besluiten.
Hij rook iets, gisteren waarschijnlijk nog van groot belang,
nu gewoon een plek in de berm.

Ik dacht aan iemand die dichtbij is.
Hoe vreemd dat is, eigenlijk.
Dat iemand zo dichtbij kan zijn
en dat je toch geen enkele garantie krijgt meegeleverd.
Er zit geen handleiding bij.
Geen retourbeleid ook.
De rollator piepte over het fietspad.
Een prettig geluid, vond ik. Alsof iemand zei:
we zijn er nog.
En toen dacht ik, een beetje plotseling, zoals dat gaat:
Misschien hoeft er helemaal niets eerst opgelost te worden.
Misschien hoeft een mens niet te wachten
tot hij het juiste antwoord heeft gevonden
voordat hij gewoon verder mag lopen.
Misschien is dat hele idee
dat je het goed moet doen
wel het vermoeiendste van alles.
De hond keek achterom.
Dat doet hij soms, alsof hij wil controleren
of ik nog besta.
Ik knikte maar wat.
Dat stelt hem gerust, denk ik.
En toen liepen we verder.
Niet omdat alles duidelijk was.
Maar omdat dat blijkbaar ook niet nodig is.
Plaats een reactie