Ik begon klein. Tien minuten wandelen per dag. Doktersadvies. Na vijf minuten stond ik al krom van de pijn, maar ik lachte tegen de voorbijgangers alsof ik net de marathon van Rotterdam had gewonnen. De wereld bleef dezelfde, de stoeptegels lagen er nog net zo scheef bij als gisteren.
Dus veranderde ik mijn pas: hink, stap, waggel. En zie, het voelde alsof ik op een dansvloer liep.
Bram, onze Labradoodle pup, vond het prachtig. Hij vloog met zijn vier poten alle kanten op, alsof hij jazz improviseerde. Opvoeding noemen ze dat, maar wie voedt wie eigenlijk op?
Ik , streng: “Bram, zit!” Hij keek me aan, gaapte en ging liggen. Drie tellen later stond hij alweer rechtop, kwispelend, alsof hij wilde zeggen: “Jij mag jezelf wel veranderen, baas, maar ik blijf lekker hond.”
En toen gebeurde het. Op de zevende wandeling, vlak bij het bruggetje, draaide Bram zich om, keek me strak in de ogen en sprak, niet blaffend, niet piepend, maar in keurige Nederlandse volzinnen:
“Han, luister goed: de wereld is een hond die zijn eigen staart niet kan vangen. Jij moet niet veranderen, jij moet alleen kwispelen.”
Ik stond verstijfd, mijn mond open, alsof ik die braakbal uit het Natuurhistorisch Museum was.
“Maar Bram,” brabbelde ik, “ik dacht dat jij degene was die opgevoed moest worden?”
Hij haalde zijn schouders op (hoe die hond dat deed, begrijp ik nog steeds niet) en zei: “Opvoeden is niets anders dan tien minuten samen verdwalen, elke dag opnieuw.”
Toen sprong hij vrolijk in de sloot, alsof hij het allemaal vergeten was. Ik dacht: verdomme, misschien is dit de verandering waar de wereld al die tijd op wachtte.

Plaats een reactie