Fit worden! ja, dat zal wel lukken.
Samen met de hond.
Of eigenlijk: híj zal fit worden, ik houd hem bij.
Misschien word ik zelf ook fitter, wie weet.

Hoewel mijn verzonnen zus altijd zei dat je van wandelen geen spieren kreeg, alleen maar blaren. Zij had geen hond, alleen een schele goudvis die elke ochtend tegen haar knipoogde.
Iedereen zal smoesjes blijven verzinnen om de sportschool te vermijden, “druk”, “nat”, “geen zin”.
En ik zal buiten staan. Jas half dicht. Regen in mijn nek.
Want weer of geen weer, we zullen gaan.
Regenjas aan, pet scheef en gaan.
En als ik pech heb, zal de buurman weer vertellen over zijn heupoperatie, terwijl Bram zich in een plas laat zakken alsof het zomer is.
Hij zal nooit klagen.
Nooit over viaducten, die voor mij Alpentoppen zullen zijn.
En ergens onderweg zal ik iets voelen. Iets warms. Endorfines, zeggen ze.
Maar ik zal denken dat het meer is:
een blik.
Die blik.
Alsof we samen een geheim hebben.
Niet zo groot als het geheim van mijn neef die ooit met een kerstboom in de tram stapte, maar toch iets.
’s Morgens zal ik gewoon gaan lopen. Misschien zelfs voor de koffie. Want hij zal wachten.
Altijd.
Geen ontsnappen aan.
En dat zal mijn conditie merken.
Kilometers onder mijn voeten, calorieën die ik anders achter de laptop had opgepot.
Ik zal misschien méér bewegen dan goed voor me is.
Zoals die keer dat ik in een bos verdwaalde en dacht: als ik maar blijf lopen, vind ik vanzelf de weg terug. Dat bleek ook zo, al was het wel een heel ander bos.
Soms zal ik variatie willen.
Zwemmen misschien.
Rolschaatsen, als ik nog durf.
Hardlopen, maar dan wel heel rustig opbouwen.
Bootcamp voor mens en hond schijnt te bestaan.
Twintig mensen in het gras, allemaal hijgend, honden in de war.
En ik zal denken: was het nou toch een hash brownie?
En Bram zal in de tas van een vreemde duiken omdat er broodjes in zitten.
Maar ja, er zal regen zijn.
En zon. En storm misschien.
En dat zal me fitter maken.
Goed voor mijn hart en bloedvaten, zegt het Internet.
Bram zal blij zijn. Ik misschien ook.
Want ook hij zal langer fit blijven.
Net als mijn buurvrouw van drie huizen verder, die zegt dat ze nog nooit ziek is geweest, maar wel elke ochtend met haar kat praat.
En dan, op een dag, zal ik merken dat ik niet alleen fitter ben,
maar ook zachter.
Socialer, misschien (hoop het niet!).
Omdat ik meer zal lachen.
Ik zal natuurlijk ook echt aan hem moeten denken.
Een pup van negen weken is geen marathonloper.
“Baas, ik hou van je, maar dit gaat te ver.”
Oudere honden zullen weer andere dingen hebben.
Ik zal zijn adem leren lezen. Zijn poten leren horen.
En op een dag merk ik dat ik fitter ben. Of hij is fitter.
Of allebei.
Maar ik ga meer bewegen, omdat hij er zal zijn.
Voorlopig altijd.
Plaats een reactie