“Heb je al gewandeld?” vraagt mijn vrouw.
“Nee,” zeg ik. “Ik heb er wel over gelezen, over nagedacht en er op voorhand al over geschreven.”

En dat klopt. Ik steek ontzettend veel energie in de idee dat wandelen niet stom is.
Dat het heilzaam is. Verrijkend. Levensverlengend.
En ik vind het stom.
Zo zonder doel.
Een beetje lopen. Naar niks. Met niks.
“Ik heb een hond nodig!” roep ik dan, tegen niemand in het bijzonder.

Maar vandaag was het erger dan anders.
Vandaag had ik de pest in. Niet om het wandelen, maar om het fietsen.
Ik had mezelf wijsgemaakt dat ik toe was aan een fiets.
Een goeie.
Om met de Van Morrison op pad te gaan, hem ergens op een verlaten parkeerplaats neer te zetten en dan op de fiets verder, een wereld in, een avontuur tegemoet.

Maar na een klein half uur in een showroom vol glimmende mogelijkheden zei een keurige man in een houthakkersvest:
“Voor u is een aangepaste fiets beter. Zo’n… eh… invalide fiets.”
En daarna: “Ik kan verder niets voor u betekenen, meneer.”

Misschien had hij gelijk.
Misschien wilde ik te snel.
Mijn spieren zijn nog steeds wat sloom, mijn balans staat op losse schroeven.
Maar het raakte me.
Meer dan ik had gedacht.

Ik wil niet in een karretje.
Ik wil niet dat het pad zich aanpast aan mij.
Ik wil zelf het pad kiezen. Of op z’n minst doen alsof.

Dus daar zat ik, met de teleurstelling in mijn knieën en de twijfel in mijn borst en ik dacht aan wandelen.
Aan die vraag: kan één wandeling van tien minuten je leven veranderen?

Tien minuten.
Eén wandeling.
Zou dat iets uitmaken?

Ik weet het niet zeker.
Maar stiekem geloof ik van wel.
En als ik ongelijk heb, ach, dan heb ik in elk geval gelopen.

Ze zeggen dat wandelen je leven kan verlengen.
Dat het het risico op hartkwalen, diabetes en dementie verlaagt.
Volgens onderzoek (ik weet niet of het uit Utrecht komt of van een andere planeet) helpt tien minuten per dag al.

Maar eerlijk gezegd: dat soort lange termijnpraat doet me niks.
Als ik moe ben, of natgeregend, of gewoon een beetje zat van het hele leven, dan kan geen grafiek of percentage neuker mij op de been krijgen.
Dan moet er iets zijn. Een reden om die schoenen aan te trekken, ondanks alles.

En soms is die reden er.
Als ik me minder voel, verdrietig, boos, futloos en ik ga lopen, dan verandert er iets.
Niet veel. Niet groots.
Maar toch.

Na acht minuten denk ik soms: het valt mee.
Niet dat het leven ineens opgelost is, maar het drukt minder zwaar op m’n borst.
Alsof m’n hoofd even opengezet is.
Alsof de binnenkant gelucht wordt.
Alsof de gedachten weer even in de pas lopen.

En dan weet ik weer: dit is waarom ik moet blijven bewegen.
Niet voor de toekomst, maar voor het heden.
Voor vandaag.

Er is een Latijnse uitdrukking voor, maar ik weet niet hoe je het zegt.
Dus ik zeg het gewoon op z’n Hollands:
het wordt opgelost door te lopen.

Als je vastzit: loop.
Als je verdrietig bent: loop.
Als je nergens uitkomt: loop.
Tien minuten. Niet meer.

Misschien verandert het je leven niet.
Maar het verandert wel iets.
En alles wat je elke dag doet, verandert langzaam het leven.

Begin met één wandeling.
Eén.
Vandaag.
De rest komt vanzelf.

Maar ik wil nog steeds die hond.

Één reactie op “Eén wandeling van tien minuten”

Plaats een reactie