Wandeling twee zit erop, jongens. De tien minuten, bedoel ik, los van de rollator, los van de illusie dat ik soepel beweeg als een roofdier. Mijn lichaam werd bijeengehouden door wat restjes spierweefsel die klonken als een vergeten fanfare en een paar Nordic Walking stokken die mij meer leken te begeleiden naar het hiernamaals dan naar het pad links van de picknickbank.

Tien minuten.
Niet elf.
Niet negen.
Tien.
Het is een soort magisch getal geworden, die tien. Je hoeft het internet maar een blik waardig te gunnen en daar vliegen de guru’s je al om de oren met hun tien minuten wondertherapieën. Tien minuten piano. Tien minuten stoelyoga. Tien minuten gewichtheffen, tuinieren, manifesteren, afvallen èn opvallen. Tien minuten bushcraft of punniken Als je het maar dagelijks doet, dan word je vanzelf Mozart, Jezus of Arie Boomsma. Al naar gelang je voorkeur.

Frédéric Gros, de wandelende filosoof, had me ooit toevertrouwd: “Voor lopen heb je niets nodig behalve een lijf, ruimte en tijd.”
Welnu.
Ruimte heb ik. Tijd ook.
En dat lijf… dat is er ook, maar het houdt er zijn eigenzinnige opvattingen op na. Het wil niet meer dansen, maar wil nog wel mee. Dat telt.

Ik weigerde het sufmakende wijkrondje van gisteren te herhalen. Nee. Vandaag verplaatste ik de buscamper, onze ark van Morrison, onze rijdende zonnebloem,The Van, naar recreatiegebied Geestmerambacht. Ik sommeerde mijn vrouw aan boord. Zij nam koffie, broodjes, water, boeken en breiwerkjes mee. Goddank voor zulke zwijgende trouw. Ik houd van aanmoediging die geen woorden nodig heeft. Zoals onze kater Karel je aankijkt, zonder oordeel, maar mét verwachting van nog een derde volle bak vreten.

De dagcamping, waar wij postvatten, is een wonderlijke plek. Het volk komt er om de vakantie alvast te repeteren. Tentjes worden opgezet, inklapstoeltjes getest, barbecues op vlamveiligheid gecontroleerd en kinderen uitgeprobeerd op draaglijkheid. De wind ruikt naar zonnebrand en opwinding. Ergens gilt een moeder tegen een kind dat het ‘NU GENIETEN IS, ANDERS GAAN WE NAAR HUIS’.

Ik deed mijn tien minuten.
Vierhonderdzeven meter.
Het leek weinig. Maar ik zweer het u: ik liep langs een veld vol gelukkige bakfietsvaders en kleffe pastasalades.
Ik zag een reiger op één poot staan, precies zoals ik mij voelde.
Ik ademde in en uit, op het ritme van een niet nader te noemen oud besje dat haar chihuahua door de berm sleepte.
En ik was daar.

Dat is voorlopig genoeg.

Plaats een reactie